📖 Woordenlijst
Formatiespringen met 4 personen. Populaire competitiediscipline waarbij zoveel mogelijk figuren in 35 seconden worden gemaakt.
Elektronisch apparaat dat automatisch het reservescherm activeert als de springer te snel daalt op een te lage hoogte.
Opleidingsmethode waarbij studenten direct vrije val leren, begeleid door instructeurs. Snelste weg naar het A-brevet.
Hoogte gemeten boven het grondoppervlak, niet boven zeeniveau. Relevant voor springhoogten en beslishoogten.
Instrument dat de hoogte meet via luchtdruk. Elke springer draagt er een op de pols of in de helm.
Tweede fase van het landingspatroon: vliegen dwars op de landingsbaan, 90° van de eindfinish.
Storing waarbij de deployment bag open is maar de canopy er als een bol in zit en niet uitvloeiert.
Het moment in vrije val waarop alle springers van de formatie wegtracking om veilige afstand te creëren voor het openen.
KNVvL-bevoegdheidsdocument voor parachutespringers. Er zijn A, B, C en D brevetten met oplopende eisen.
Besluit Vluchtuitvoering en Regelgeving van de KNVvL — de Nederlandse regelgeving voor parachutespringen.
De eigenlijke parachutestof die de lucht opvangt en de springer remt. RAM-air canopy's hebben cellen die met lucht worden gevuld.
Het harnas met rugzak die het hoofdscherm en reservescherm bevat. Samen met de canopy's is dit de 'rig'.
Discipline waarbij springers met geopende parachutes formaties vormen en op elkaar landen.
Het loskoppelen van het hoofdscherm door aan het rode handvat te trekken. Noodzakelijk vóór het activeren van de reserve bij een storing.
Populair merk AAD. Meet continu hoogte en snelheid. Steekt automatisch de reservepin door als je te snel daalt op <300m.
Zakje waarin de canopy gevouwen zit. Bij opening trekt de pilot chute de D-bag uit de container, waarna de canopy uitklopt.
Eerste fase van het landingspatroon: vliegen met de wind mee, parallel naast het landingsterrein.
Het aangewezen terrein van waaruit gesprongen wordt en waarop geland wordt. Heeft een manifest, startersbaan en pakruimte.
Oefenhandeling in vrije val: hand naar de handgreep bewegen zonder echt te trekken. Traint de motorische reflex.
Het verlaten van het vliegtuig. De exitpositie en -timing zijn cruciaal voor de veiligheid van de groep.
Laatste fase van het landingspatroon: recht op het landingspunt af, tegen de wind in.
Het vol naar beneden trekken van beide toggles tegelijk bij ca. 1-2m hoogte om de canopy af te remmen voor een zachte landing.
Discipline waarbij springers in andere houdingen dan buikligging vliegen: headdown, headup (sit-fly), etc.
Het handvat waarmee je de hoofdparachute activeert. Bij studenten is dit een 'pull-out' of 'throw-out' pilot chute.
Het netwerk van riemen dat de container op de rug vasthoudt en de landing-krachten verdeelt over schouders en heupen.
Vrije val positie met hoofd naar beneden. Hogere daalsnelheid (ca. 240-270 km/h). Onderdeel van freefly.
De closing pin is eruit maar de deployment bag hangt vast. Noodprocedure: cutaway en reserve.
Bevoegd springer die verantwoordelijk is voor de veiligheid van de groep: exitpositie, hoogte, groepssamenstelling.
Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart — de overkoepelende organisatie die het parachutespringen in Nederland reguleert.
De voorgeschreven vliegroute voor de landing: downwind → base → final. Gestandaardiseerd voor elke dropzone.
Storing waarbij een of meer lijnen over de top van de canopy liggen, waardoor hij deels dichtknipt.
Gedraaide risers/lijnen na opening. Canopy vliegt in een bocht. Oplossing: draaien om de twist te verwijderen.
De administratie op de dropzone: aanmelden voor een sprong, jumpgroepen samenstellen, vluchtschema bijhouden.
Het opvouwen en verpakken van de parachute na gebruik. Hoofdscherm mag A-brevet, reserve alleen door gecertificeerd rigger.
Klein hulpscherm dat na activatie de lucht vangt en de deployment bag uit de container trekt.
Valrol-techniek bij een te harde landing: voeten samen, knieën gebogen, opzij rollen om de kracht te verdelen.
Modern type parachute met cellen die door luchtinlaten worden gevuld. Geeft vliegprestaties: stuurbaar, glijdend.
Noodparachute in de rugcontainer. Alleen te activeren via het gele handvat. Mag alleen door gecertificeerd rigger worden verpakt.
Gecertificeerd persoon bevoegd om reserveschermen te inspecteren, te repareren en te verpakken.
De canopy is gedeeltelijk uitgelopen maar vult zich niet. Hangt als een lint — weinig remmend effect. Noodprocedure vereist.
De brede banden die de lijnen verbinden met het harnas. Je kunt de risers gebruiken als de toggles weg zijn.
Koppelingskoord tussen de cutaway riser en de reservepin. Trekt automatisch de reservepin als je cutaway doet.
Vrije val positie: zittend in de lucht, benen gebogen. Daalsnelheid ca. 150-200 km/h. Onderdeel van freefly.
Methode waarbij een lijn aan het vliegtuig de parachute automatisch opent na de exit. Instap voor nieuwe springers.
Vierkant stukje stof tussen de lijnen dat de opening van de canopy vertraagt om schokken te verminderen.
Dunne lus die de flap van de container gesloten houdt. De pin houdt hem op zijn plek.
Discipline waarbij een snelle, lage vlucht wordt gemaakt na een duikende bocht. Vereist expertise en kleine, snelle canopy.
De maximale daalsnelheid in vrije val als de luchtweerstand gelijk is aan de zwaartekracht. Ca. 200 km/h in buikligging.
Handvat aan het einde van de stuurlijnen. Links en rechts sturen door toggles naar beneden te trekken.
Horizontaal wegvliegen van een groep vóór de opening door een delta-houding aan te nemen.
De fase van de sprong tussen de exit en het openen van de parachute. Duur varieert van enkele seconden tot 2+ minuten.
Speciaal pak met vliesvormige vleugels tussen armen/benen. Geeft meer horizontale snelheid en vermindert daalsnelheid.